Grassen en kruiden Mest op maat << Terug

Mest 
De bodemvruchtbaarheid wordt bepaald door allerlei factoren. De grondsoort (organisch / anorganisch) en mate van drooglegging spelen daarbij een belangrijke rol. Door drooglegging komen op organische bodems immers voedingsstoffen uit de ondergrond vrij. Fosfaatrijke gronden of gronden met een pH >6 hoeven voor weidevogelbeheer eigenlijk niet jaarlijks bemest te worden. Op jonge zeeklei bijvoorbeeld kan volstaan worden met eens per 5 jaar een onderhoudsbemesting (afgestemd op het bodemonderzoek). Gebruik van drijfmest op zwak zure veengronden versterkt de verzuring. Als er dunne mest moet worden uitgereden  pas dat dan toe na de broedtijd.
 
Strorijke stalmest is het beste voor weidevogels. De voedingsstoffen komen langzaam beschikbaar. Daardoor groeit het gewas langzaam. Met de strootjes bouwen soorten als kievit en scholekster hun nest. Door de onregelmatige verspreiding ontstaat reliëf in de grasmat. In de hogere pollen bouwen soorten als tureluur hun nest. 
 
Om variatie én kwaliteit van het grasproduct te bevorderen is het sterk aan te bevelen met bemestingstrappen en op de maaidatum afgestemde hoeveelheden te werken. Onderzoek in de percelen met verlate maaidata en in de randen eens in de vijf jaar wat de grond nodig heeft (zie b.v. www.blgg.nl). 
 
Wanneer
Op bouwland (op de klei) is het van belang – vanwege de vroege weidevogels – om begin februari te bemesten en direct te ploegen. De eerste bemesting met ruige mest op percelen met verlate maaidata kan al in februari plaatsvinden. Dat hangt natuurlijk af van het slootpeil, de draagkracht van de bodem en de weersomstandigheden. Na natte winters  kan het voorkomen dat de voorjaarsbemesting achterwege moet blijven. Op percelen met een verlate maaidatum is bemesten na 1 april niet meer aan de orde. 
 
Op de ‘gangbare’ graslandpercelen met alleen legselbeheer (dus geen uitgesteld maaien) kan in trappen vanaf begin maart bemest worden. Werken in mesttrappen betekent ook maaien in trappen: goed voor het weidevogelmozaiek.  
Het maaien van de gangbare eerste snede in mei moet niet te vroeg gebeuren. Dat is goed voor de weidevogels die in mei nog zitten te broeden of net jonge kuikens hebben. Het is ook goed voor het te oogsten product: het gewas moet net in de aar komen. 
 
spacer

Foto’s

spacer

Heeft u vragen?
Neem contact met ons op

Herhaal onderstaande karakters voordat u het formulier verstuurt.
 
Vogelbescherming gaat zorgvuldig om met uw gegevens. Wij gebruiken ze om u te informeren over ons werk, onze producten en voor marketingdoeleinden. Als u daar bezwaar tegen hebt, kunt u dat aangeven via info@vogelbescherming.nl . Klik hier voor meer informatie over privacy
spacer